1.Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de jongere in de gelegenheid gesteld zijn
zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van de jongere kan achterwege worden gelaten als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de jongere reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te
brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben
voorgedaan;
c.de jongere niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde
aan wie het college met toepassing van artikel 11, vierde lid, van de wet,
werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een
gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 44 van de wet.
HOOFDSTUK 1
Artikel 5.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening Wet investeren in jongeren 2010