1.De duur van de verlaging wordt verdubbeld, indien de belanghebbende binnen 12
maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt
aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit
waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien.
2.Indien de belanghebbende na de recidive volhardt in de gedraging kan het college de
uitkering voor langere tijd verlagen dan wel het verlagingpercentage hoger vaststellen.
Wanneer de verlaging wordt opgelegd over meer dan drie maanden, heroverweegt
het college dit besluit telkens binnen een periode van ten hoogste twee maanden.
3.Als de belanghebbende binnen 12 maanden nadat een verlaging is opgelegd opnieuw
de inlichtingenplicht niet of niet behoorlijk nakomt en dit leidt tot een benadelingsbedrag
uit dezelfde of hogere categorie, wordt de duur van de verlaging verdubbeld. De
minimale hoogte van de verlaging van de uitkering bedraagt in het geval van recidive
10%. Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit
om daarvan af te zien met uitzondering van het gestelde in artikel 6, eerste lid, onder a.
4.Indien er sprake is van verschillende verwijtbare gedragingen die zich tegelijk voordoen,
vindt in beginsel, onverminderd artikel 2, tweede lid, cumulatie van de
verlagingspercentages plaats.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 16.
Recidive en cumulatie
Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening Wet werk en bijstand 2010