Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11:

Artikel 2.57

Loslopende honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening De Ronde Venen 2008

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: binnen de bebouwde kom zonder dat die hond is aangelijnd en op door het college nader aan te wijzen plaatsen buiten de bebouwde kom, zonder dat die hond is aangelijnd; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; zonder dat deze hond voorzien is van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2.. Het college kan binnen de bebouwde kom plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in het eerste lid, onder a, niet geldt. 3.. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.

Rechtspraak bij dit artikel