Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3:

Artikel 4.10

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening De Ronde Venen 2008

1.. In deze afdeling wordt verstaan onder: houtopstand: hakhout, een houtsingel, één of meer bomen, een grotere (>1000 m2) beplanting van bomen en struiken (bosachtig karakter); hakhout: een of meer bomen of boomvormers, die periodiek (minimaal één keer in de 10 jaar) worden geveld, ter verkrijging van nieuwe twijgen en dunne stammen; dunning: velling ter bevordering van de groei en instandhouding van de houtopstand, gelijk aan een vorm van bosbeheer, waarbij periodiek 25% tot maximaal 60% van het areaal wordt geveld en waarbij de kronen zich na drie jaar weer sluiten; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 cm of een stamomtrek van minimaal 65 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede of stamomtrek van de dikste stam. In het kader van een herinplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften worden gesteld en maatregelen worden genomen voor bomen kleiner dan 20 cm dwarsdoorsnede of 65 cm stamomtrek op 1,3 m boven het maaiveld; nationaal monumentale boom: boom, die op grond van nationaal bepaalde criteria op een specifieke lijst is geplaatst; (gereserveerd); hoofdgroenstructuur: het op kaarten aangeduide openbare profiel van ontsluitings- en lintwegen, dijken/dijklichamen, buurt/wijkparken en watergangen, gelegen binnen de bebouwde kom; (vervallen); boomwaarde: de waarde van de boom vastgesteld conform de landelijk algemeen geaccepteerde methode; landbouwgronden: gronden als bedoeld in artikel 1 van de Landbouwwet; knotten/kandelabersnoei: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen, als periodiek noodzakelijk onderhoud. Het drastisch inkorten van de kroon, de stam tot op betrekkelijk grote hoogte ontdoen van takken, of de top uit een boom zagen, is geen knotten of kandelabersnoei, maar staat gelijk aan vellen, als bedoeld in het navolgende lid. 2.. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel