Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3:

Artikel 4.11f

Bestrijding iepziekte

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening De Ronde Venen 2008

1.. Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 2.. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod. 3.. Hetgeen in het eerste en tweede lid is genoemd geldt evenzeer voor aan iepziekte gelijk te stellen besmettelijke ziekten.

Rechtspraak bij dit artikel