**1..** In dit artikel wordt verstaan onder:
Wet: de Wet op de kansspelen
speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;
kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;
hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.
**2..** De burgemeester kan vergunning verlenen voor het aanwezig hebben van:
Maximaal 2 speelautomaten, waarvan maximaal twee kansspelautomaten in een hoogdrempelige inrichting, en
Maximaal 2 speelautomaten, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan, in een laagdrempelige inrichting.
**3..** Er mogen alleen speelautomaten worden opgesteld welke in eigendom toebehoren aan personen die in bezit zijn van de artikel 30h, eerste lid, van de Wet bedoelde vergunning.
**4..** In afwijking van het bepaalde in artikel 1.7 wordt de in het eerste lid genoemde vergunning verleend voor 1 jaar en gaat in op 1 januari.
**5..** Indien de vergunning in de loop van het jaar wordt aangevraagd en verleend, geldt deze voor de resterende tijd tot 1 januari.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3: › Paragraaf 3:
Artikel 2.3.3.2
Speelautomaten
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening