De verboden, vervat in de artikelen 2, eerste lid, onder b en c, 7 en 8 van de Winkelsluitingswet 1976 (Stb. 367), gelden niet op ten hoogste veertien, nader door de burgemeester en wethouders aan te wijzen dagen per kalenderjaar, ten behoeve van braderieën, winkelweken, winkeldagen, sportevenementen, markten en beurzen, met dien verstande dat hiervan:
Ten hoogste vier dagen kunnen zijn Nieuwjaarsdag, Tweede paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, Tweede Kerstdag of de dag waarop de verjaardag van de Koning(in) gevierd wordt, en wel tussen 13.00 en 24.00 uur. Alvorens een dag aan te wijzen horen burgemeester en wethouders de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
Ten hoogste tien dagen een andere werkdag, dan onder a. bedoeld zijn, en wel tussen 5.00 en 24.00 uur.