1 Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van burgemeester
en wethouders is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan,
kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de
grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit
anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te
geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
2 Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
3 Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk
gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel
aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen
bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen
te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
weggenomen.
4 Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede
of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht
daaraan te voldoen.
HOOFDSTUK 4 › Afdeling 3:
Artikel 4.3.6
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Wijk bij Duurstede 2008