1 Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het
oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor
verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij
de aanschrijving vast te stellen termijn:
a indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
b de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
c of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of
zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
voorkomen.
2 a Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
voorraad te hebben of te vervoeren.
b Het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout
en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm.
c Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
onder a van dit lid gestelde verbod.
HOOFDSTUK 4 › Afdeling 3:
Artikel 4.3.8
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Wijk bij Duurstede 2008