Voor dieren waarvoor geen geuremissiefactor is opgenomen in de Rgv, wordt de geurhinder beoordeeld op grond van artikel 6, van de Wgv. In dat geval dient tenminste een minimale afstand tussen veehouderij en ‘geurgevoelig object’ te worden aangehouden. Het gaat hier om de afstand tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de buitenzijde van het geurgevoelig object:
Voor geurgevoelige objecten gelegen in gebiedstype II geldt een minimale afstand van50 meter
Indien een emissiepunt in de bestaande situatie (vigerende milieuvergunning/milieumelding) op kortere afstand van een geurgevoelig object is gelegen, geldt die kortere afstand als norm op dat geurgevoelige object, met een minimum van 25 meter.
Artikel 3:
Andere waarde voor de afstand in gebiedstype II
Onderdeel van Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Steenwijkerland met bijbehorende Gebiedsvisie (Rapport: 133712-00).