Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
De vergunning wordt verleend
Als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit;
Door het college in de overige gevallen.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak.
4 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het openbreken van de verharding en het graven en spitten in de weg ten behoeve van een huisaansluiting indien deze werkzaamheden een maximale lengte hebben van 25 meter, mits die werkzaamheden schriftelijk bij het bevoegd gezag zijn gemeld en wordt voldaan aan de door het bevoegd gezag gestelde nadere regels.
Het bepaalde in het vierde lid is niet van toepassing voor zover er gebruik wordt gemaakt van een gestuurde boring:
in het tracé een wegoversteek dan wel een wegkruising voorkomt of
er een handhole wordt geplaatst.
Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3
Artikel 2.12
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2010