Naar hoofdinhoud
In afwijking van het gestelde in artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt in belasting- en WOZ zaken een belastingplichtige alleen op zijn verzoek gehoord (artikel 25, 1e lid, van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen). Het initiatief hiertoe ligt bij de belastingplichtige die deze wens al direct bij zijn bezwaar kenbaar moet maken. De heffingsambtenaar c.q. de invorderingsambtenaar hoeft de belastingplichtige niet te vragen of hij gehoord wenst te worden. De heffingsambtenaar c.q. de invorderingsambtenaar hoort in beginsel op kantoor. De Algemene wet bestuursrecht voorziet niet in de mogelijkheid van telefonisch horen. Het is echter mogelijk, voordat een uitnodiging om te worden gehoord wordt verzonden, telefonisch contact op te nemen met de indiener van het bezwaarschrift om een en ander te vragen en verduidelijkt te krijgen. Belastingplichtige kan tijdens dit telefoongesprek laten weten aan het horen geen behoefte (meer) te hebben, bijvoorbeeld omdat onduidelijkheden en/of misverstanden tijdens dat gesprek zijn weggenomen of duidelijk is geworden dat volledig aan het bezwaar wordt tegemoet gekomen. Alleen wanneer belastingplichtige uitdrukkelijk verklaart geen bezwaar te hebben tegen telefonisch horen, mag telefonisch worden gehoord. Zie verder artikel 7.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel