De in het mandaatregister genoemde bevoegdheden worden gemandateerd aan de betreffende functionaris. Het college geeft aan of de mogelijkheid van ondermandaat aanwezig is. De gemandateerde wijst de in ondermandaat bevoegde functionaris aan.
2.In geval van uitoefening van ondermandaat als bedoeld in het eerste lid, worden uitgaande stukken ondertekend als beschreven in artikel 3, met dien verstande dat de functieaanduiding van de ondergemandateerde, zijn naam en zijn handtekening worden vermeld.