De subsidie wordt slechts verstrekt indien:
alle op het sloopperceel aanwezige gebouwen worden gesloopt, mits de te
slopen oppervlakte tenminste 200 m2 bedraagt; woningen en daarbij behorende
bijgebouwen met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 200 m2, alsmede
cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, mogen worden behouden.
de fundamenten en de ondergrondse voorzieningen van het sloopperceel zijn
verwijderd, op op een wijze die verantwoord is uit een oogpunt van
milieuzorg, en het sloopperceel is geëgaliseerd;
aan het sloopperceel, voorzover nodig, een passende andere bestemming is
verleend;
bodemverontreiniging op het sloopperceel, indien aanwezig, is teruggebracht
tot een niveau dat in verband met het te verwachten grondgebruik
aanvaardbaar kan worden geacht;
de milieuvergunning, indien verleend, voor een inrichting op het
sloopperceel is ingetrokken;
de binnen de gemeente gelegen gronden van degene door of namens wie de
subsidie-aanvraag is ingediend, met uitzondering van de bij een woning op
het sloopperceel behorende grond, waarvan de oppervlakte ten hoogste een
hectare bedraagt, voorzover die in de EHS zijn gelegen, voorafgaand aan de
subsidevaststelling in eigendom zijn overgedragen aan BBL, dan wel zijn
onttrokken aan pacht (beëindiging pachtovereenkomst) voorzover deze gronden
eigendom zijn van Staatsbosbeheer of een particuliere
natuurbeschermingsorganisatie, een en ander behoudens het bepaalde in lid 3
van dit artikel;
bij de aanvraag ten behoeve van BBL melding is gedaan van de gronden, die
degene door of namens wie de subsidie-aanvraag is ingediend, in eigendom
heeft op het grondgebied van de gemeente.
De in het eerste lid, onder f) genoemde voorwaarde geldt niet indien voor de
bedoelde gronden ten tijde van de subsidieverlening een beheers- of
inrichtingssubsidie wordt verstrekt met toepassing van de Subsidieregeling
natuurbeheer 2000.
Artikel 4
Voorwaarden voor subsidie
Onderdeel van Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Alphen-Chaam