In deze verordening wordt verstaan onder:
Organisatorische eenheid: Iedere eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die als zodanig in de Organisatieverordening is aangewezen.
Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de gemeentelijke organisatie en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
Financiële administratie: het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van de gemeentelijke organisatie teneinde te komen tot een goed inzicht in:
de financieel-economische positie;
het beheer van vermogenswaarden;
de uitvoering van de begroting;
het afwikkelen van vorderingen en schulden. alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.
Administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het instandhouden van de goede werking van de administratie.
Management control systeem (MCS): het geheel van maatregelen ten behoeve van de verantwoordelijke leiding, gericht op het bevorderen en het bewaken van de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het beheer en van de administratie.
Beheer van vermogenswaarden: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het geheel van de gemeentelijke middelen en rechten. Hierna aan te duiden met de term “beheer”.
Rechtmatigheid: omvat:
de deugdelijkheid van de financiële verantwoording;
de rechtmatigheid van de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten;
het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen (voor zover er financiële consequenties verbonden zijn aan het misbruik of oneigenlijk gebruik);
ordelijk en controleerbaar financieel beheer.
Doelmatigheid: binnen de kaders van de beleidsuitgangspunten van de raad handelt het college van burgemeester en wethouders zodanig dat een zo groot mogelijk rendement van de ingezette middelen wordt verkregen. Het handelen is in overeenstemming met het gestelde doel c.q. de beslissing(en) van de raad. Bij het handelen is het rationeel toepassen van economische principes leidend. Het gaat hierbij om:
het economisch verantwoord verwerven van de benodigde middelen, dat wil zeggen verwerving tegen de laagst mogelijk kosten gegeven een gewenst kwaliteitsniveau;
de keuze van effectieve methoden en technieken voor de uitvoering van de activiteiten;
het optimaal aanwenden van middelen bij de uitvoering van activiteiten.
Middelenbeleid en –plannen: beleid en plannen voor personeel, financiën, organisatie, informatie, automatisering en huisvesting.