Bij deze regeling hoort een format beoordelingsformulier.
Het format beoordelingsformulier wordt ingevuld door de beoordelaar. De beoordelaar vermeldt op het formulier de bevindingen ten aanzien van het functioneren van de medewerker. Het ingevulde format beoordelingsformulier wordt het concept beoordelingsformulier genoemd.
De beoordeling kent een vier-puntsbeoordelingsschaal:
4: de medewerker functioneert boven de gestelde eisen;
3: de medewerker voldoet aan de eisen;
2: de medewerker voldoet niet geheel aan de eisen, verbetering is op één of meerdere aspecten nodig;
1: de medewerker voldoet niet aan de eisen.
Minimaal twee weken voor aanvang van het beoordelingsgesprek nodigt de beoordelaar de medewerker uit en overhandigt het concept beoordelingsformulier.
In het beoordelingsgesprek licht de beoordelaar het oordeel toe en de medewerker krijgt de gelegenheid zijn zienswijze daarop kenbaar te maken.
De beoordelaar beoordeelt de zienswijze van de medewerker en verwerkt deze in het beoordelingsformulier.
Het beoordelingsformulier wordt binnen twee weken na het beoordelingsgesprek aan de medewerker uitgereikt. Indien deze daarbij betrokken zijn wordt het beoordelingsformulier ondertekend door de beoordelingsadviseur en de informant. De beoordelingsadviseur geeft met ondertekening aan dat de kwaliteit van de beoordeling heeft voldaan aan de kwaliteitseisen, die daaraan in deze regeling worden gesteld. De ondertekening door de informant houdt in dat zijn advies in de beoordeling in ogenschouw is genomen.
De medewerker ondertekent het beoordelingsformulier voor gezien of voor akkoord. Indien de medewerker weigert te ondertekenen, dan wordt daarvan door de beoordelaar melding gemaakt op het formulier, zo mogelijk onder opgave van redenen.
Indien de medewerker het beoordelingsformulier voor akkoord heeft ondertekend, ondertekent de beoordelaar de beoordeling en stuurt het beoordelingsformulier voor vaststelling naar de beoordelingsautoriteit. Na het tekenen door de beoordelingsautoriteit is de beoordeling officieel vastgesteld.
Ook als de medewerker het beoordelingsformulier niet voor akkoord heeft ondertekend, ondertekent de beoordelaar het beoordelingsformulier en stuurt het beoordelingsformulier voor vaststelling door aan de beoordelingsautoriteit.
Indien de medewerker het beoordelingsformulier niet voor akkoord heeft ondertekend, kan hij binnen twee weken na da dag waarop het beoordelingsformulier aan hem is uitgereikt schriftelijke bedenkingen kenbaar maken bij de beoordelingsautoriteit.
Indien de medewerker het beoordelingsformulier niet voor akkoord heeft ondertekend, wordt de beoordeling vastgesteld door de beoordelingsautoriteit. Indien de medewerker gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid bedenkingen te uiten, betrekt de beoordelingsautoriteit deze bedenkingen bij de besluitvorming.
De beoordelingsautoriteit biedt de beoordeelde de gelegenheid zijn bedenkingen mondeling toe te lichten. De beoordelaar wordt daarbij dan tevens uitgenodigd en in de gelegenheid gesteld het beoordelingsformulier toe te lichten.
Het definitieve beoordelingsformulier wordt door de beoordelaar toegezonden aan P&O, die verantwoordelijk is voor archivering in het personeelsdossier van de medewerker en eventuele verdere afwikkeling.
Een afschrift van het definitieve beoordelingsformulier wordt door P&O toegezonden aan de medewerker.
Tegen de beslissing van de beoordelingsautoriteit is bezwaar mogelijk bij het college, conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 6
Beoordelingsformulier
Onderdeel van Regeling personeelsbeoordeling gemeente Stichtse Vecht