**1..** Onverminderd artikel 20, derde lid, van de wet, ziet het college af van het toepassen van afstemming indien:
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte inkomensvoorziening is verleend. Afstemming wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet toegepast na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
het college dringende redenen aanwezig acht.
**2..** Indien het college afziet van het toepassen van afstemming op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1:
Artikel 6.
Afzien van het opleggen van afstemming
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ Lansingerland 2013