In gemeenten die niet kiezen voor de nuloptie maar een zogenaamd maximumstelsel ten aanzien van coffeeshops hanteren, of helemaal geen beleid terzake hebben geformuleerd, zullen de coffeeshops strikt op de gedoogcriteria van het Openbaar Ministerie moeten worden gecontroleerd (indien voor een maximumstelsel is gekozen en het aantal coffeeshops overstijgt het aantal dat is vastgelegd in het beleid, acht het Openbaar Ministerie de gedoogcriteria niet van toepassing op de boventallige coffeeshops en zal zij derhalve strafrechtelijk handhaven).
Het gaat hierbij om de zogenaamde AHOJ-G criteria:
niet afficheren
geen verkoop van harddrugs
geen overlast veroorzaken
geen verkoop van softdrugs aan en geen toegang in coffeeshops van jongeren beneden de leeftijd van 18 jaar
geen verkoop van grotere hoeveelheden dan 5 gram per keer per dag in een coffeeshop en de handelsvoorraad mag maximaal 500 gram bedragen
De uitkomsten van het GGD-onderzoek "Jeugd en riskant gedrag" dat recent onder 16‑ tot 25‑jarigen in Zuidoost-Brabant is gehouden, illustreren de onmogelijkheid van deze handhaving. Een citaat uit het onderzoeksrapport: "Het kopen van softdrugs in een koffieshop is wettelijk pas toegestaan vanaf 18 jaar. Toch geeft meer dan de helft van de 16/17-jarige gebruikers aan, hasj/marihuana bij koffieshops te halen".
Het toestaan van een coffeeshop betekent dat extra politiecapaciteit vrijgemaakt moet worden voor controle van de AHOJ-G criteria. Aangezien het regionale beleid voorziet in coffeeshops in Eindhoven en Helmond, is het uit effectiviteits- en efficiency-oogpunt beter de schaarse politiecapaciteit van de Afdeling de Kempen in te zetten ten behoeve van de opsporing van straatdealers en huisdealers en het optreden tegen overlast.
De vestiging van een coffeeshop betekent immers niet dat de straathandel, de handel vanuit woonhuizen en/of de drugsoverlast afnemen.
Artikel 3.2
(On)mogelijkheden ten aanzien van de controle op coffeeshops
Onderdeel van Nuloptiebeleid t.a.v. coffeeshops