Naar hoofdinhoud

Artikel 3.4

Bescherming van de jeugd

Onderdeel van Nuloptiebeleid t.a.v. coffeeshops

Naast het voorkomen van overlast en aantasting van het woon- en leefklimaat beoogt het nul-optiebeleid ook een drempel op te werpen zodat jongeren niet direct de gelegenheid wordt geboden om met softdrugs in aanraking te komen. Uit de onder 3.2. genoemde constatering uit het GGD-onderzoek inzake de verkoop van softdrugs aan minderjarigen, blijkt dat met het huidige peil van handhaving van de AHOJ-G criteria geen afdoende bescherming van de jeugd tegen softdrugs geboden wordt. Zelfs als een coffeeshop voor 100% aan de AHOJ-G criteria zou voldoen, is dit geen garantie dat de drugs uit deze coffeeshops niet bij minderjarigen terecht komen. Uitgaande van een vraag door minderjarigen betekent ieder extra handelspunt een risico op toename van de straathandel. De onwenselijke situatie kan ontstaan dat in de nabijheid van de coffeeshop de drugs aan minderjarigen worden doorverkocht. Deze straathandel betekent altijd een aantasting van het woon- en leefkli­maat. Naast de controle van de coffeeshop zelf, zal het toezicht op doorverkoop in de omgeving van de coffeeshop extra politie-inzet vergen. Zoals reeds eerder is aangegeven is de politiecapaciteit schaars en is het niet gewenst extra capaciteit in te zetten als gevolg van de vestiging van een coffeeshop. Verondersteld wordt dat de meerderjarige inwoners van Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden, die behoefte hebben aan softdrugs, mobiel genoeg zijn om deze drugs bij de coffeeshops in Eindhoven of Helmond te halen.

Rechtspraak bij dit artikel