Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 10

Overgangsbepalingen

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen wet investeren in jongeren 2009

1.. Indien aan een jongere die als gevolg van artikel 86 van de wet het recht op algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand verliest, een inkomensvoorziening wordt toegekend die door de toepassing van de bepalingen van deze verordening lager is dan het bedrag dat de jongere op grond van de Wet werk en bijstand ontving, wordt de hoogte van de toeslag en of de verlaging van de norm zodanig vastgesteld dat de jongere gedurende 6 maanden een inkomensvoorziening ontvangt waarvan het bedrag gelijk is aan het bedrag dat de jongere ontving op grond van de Wet werk en bijstand. 2.. De in het eerste lid genoemde periode van 6 maanden vangt aan op het moment dat de aanspraak op een inkomensvoorziening ontstaat. 3.. In afwijking van het gestelde in het eerste lid wordt afgeweken als de situatie van de jongere ten opzichte van de periode waarover algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand werd ontvangen is gewijzigd.

Rechtspraak bij dit artikel