**1..** De toeslag voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder die geen woning bewoont, wordt met 10 procent van de gehuwdennorm verlaagd.
**2..** De gehuwdennorm wordt met 10 procent verlaagd voor gehuwden die geen woning bewonen.
**3..** De hoogte van de uitkering aan een ongehuwde die geen woning bewoont maar die blijk geeft voor een ander te zorgen als bedoeld in artikel 3 van de wet wordt als volgt vastgesteld:
dde toeslag wordt met 20 procent van de gehuwdennorm verlaagd en
de norm als bedoeld in artikel 26 onder b of artikel 27 onder b wordt met 5 procent van de gehuwdennorm verlaagd.
**4..** In afwijking van het gestelde in het eerste, tweede en derde lid wordt voor een jongere die verblijft in een instelling voor maatschappelijke opvang de toeslag of de gehuwdennorm niet verlaagd.
**5..** Het gestelde in het vierde lid is niet van toepassing op een jongere die uitsluitend gebruik maakt van nachtopvang die door een instelling voor maatschappelijke opvang wordt aangeboden.
**6..** Indien sprake is van een situatie als bedoeld in het vijfde lid, wordt overeenkomstig het gestelde in het eerste, tweede of derde lid gehandeld.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Het niet bewonen van een woning, verblijf in een instelling voor maatschappelijke opvang
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen wet investeren in jongeren 2009