Het college kan in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, de volgende vergunningen verlenen:
parkeervergunning voor een bewoner in dat gebied (bewonersvergunning);
parkeervergunning voor degene die een beroep of bedrijf uitoefent in dat gebied (bedrijvenvergunning);
parkeervergunning voor een bewoner in dat gebied, ten behoeve van zijn bezoek (bezoekersvergunning);
parkeervergunning voor specifieke beroepsbeoefenaren voor parkeren in de gehele gemeente (huisartsen en verloskundigenvergunning);
parkeervergunning voor specifieke beroepsbeoefenaren voor parkeren in de wijk waarzij als bewoner staan ingeschreven (storingsdienstvergunning);
parkeervergunning voor het parkeren op een in artikel 10 lid 3 van de Nadere Regels op de Parkeerverordening aangeduid weggedeelte op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen (schippersvergunning);
tijdelijke parkeervergunning ten behoeve van bewoners en bezoekers aan bewoners (tijdelijke bewoners/bezoekersvergunning);
dagparkeervergunning voor bedrijven alsmede houders van evenementenvergunningen ten behoeve van het parkeren bij parkeerapparatuurplaatsen in de binnenstad (centrumbedrijvenvergunning);
dagparkeervergunning voor bedrijven alsmede houders van evenementenvergunningen ten behoeve van het parkeren bij parkeerapparatuurplaatsen in de schilwijken (schilwijkenbedrijvenvergunning);
parkeervergunning voor aanbieders van autodate (aanbiedersvergunning);
parkeervergunning voor deelnemers van autodate (deelnemersvergunning);
parkeervergunning voor artsen of verloskundigen om op een aangewezen weggedeelte te parkeren bij hun praktijk (praktijkvergunning);
parkeervergunning voor marktkooplui.