Bij het aantrekken van financieringen zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn daggeldleningen, kasgeldleningen, krediet in rekening courant en onderhandse leningen;
De gemeente vraagt prijsopgaven op bij minimaal 3 financiële instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken. Deze prijsopgaven worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd;
Op basis van het gestelde bij artikel 4 punt 3 kan de gemeente ook liquide middelen lenen bij andere openbare lichamen;
Gekozen wordt voor de financiële instelling of openbaar lichaam waarbij de lening de laagste lasten oplevert;
Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of Europees toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank of de AFM. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM);
De rating van de financiële instellingen moet ten minste een A-rating zijn. Deze rating moet zijn afgegeven door twee van de volgende erkende ratingbureau’s: Moody’s, Standard & Poors, Fitch of DBRS;
Indien gekozen wordt voor een openbaar lichaam wordt dit eerst ter goedkeuring voorgelegd aan het College van B&W.