De privacybeheerder voorziet in:
de afhandeling van de verzoeken om inzage in de basisregistratie personen overeenkomstig artikel 2.55 van de Wet respectievelijk artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (inzage);
de behandeling van alle verzoeken om geheimhouding die op basis van artikel 3.21 ingediend worden en doet eventueel de privacytoets van artikel 3.21 lid 2;
de afhandeling van verzoeken ingevolge artikel 36, 37 en 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens
de kennisgeving ingevolge artikel 38 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
de afhandeling van verzoeken om inzage in verstrekkingen uit de basisregistratie.