**1..** Bij de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 33 worden de door burgemeester en wethouders verlangde gegevens overlegd.
**2..** Indien niet wordt voldaan aan het gestelde in het eerste lid, alsmede an de eisen die gelden ingevolge de artikelen 4:1 en 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, stellen burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken de door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen.
**3..** Indien een aanvraag in behandeling wordt genomen, leggen burgemeester en wethouders de aanvraag in het gemeentehuis voor een ieder ter inzage. Indien in de aanvraag gegevens voorkomen of uit de aanvraag kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding met het oog op de bescherming van bedrijfsgeheimen gerechtvaardigd is, besluiten burgemeester en wethouders op een daartoe strekkend verzoek van de aanvrager dat die gegevens niet ter inzage worden gelegd De burgemeester doet kennisgeving van de terinzagelegging op de gebruikelijke wijze en vermeldt daarbij de mogelijkheid om binnen een termijn van twee weken zienswijze naar voren te brengen bij burgemeester en wethouders.
**4..** Burgemeester en wethouders brengen de aanvraag en de naar voren gebrachte zienswijzen, als bedoeld is in het derde lid, terstond ter kennis van de monumentencommissie.
**5..** Binnen acht weken na afloop van de termijn waarbinnen een ieder zijn zienswijze naar voren kan brengen, brengt de monumentencommissie haar advies uit aan burgemeester en wethouders.
**6..** Burgemeester en wethouders geven binnen acht weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, doch in ieder geval binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag, een beschikking op de aanvraag om vergunning.
**7..** Burgemeester en wethouders kunnen, indien daartoe naar hun oordeel gegronde redenen bestaan, de in het zesde lid bedoelde termijn, met ten hoogste acht weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennisgeven binnen de in het zesde lid bedoeld termijn.
**8..** Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het zesde lid wordt de vergunning geacht te zijn verleend.
**9..** Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van hun beschikking aan de monumentencommissie en aan degenen die hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
**10..** Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend dan wel van de rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt ingevolgde de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op dat bezwaar en een eventueel ingesteld beroep en hoger beroep is beslist. Belanghebbenden, onder wie de vergunninghouder, kunnen de president van de rechtbank, onderscheidenlijk de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken de opschorting op te heffen. Titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 3.4
Artikel 3.4
Onderdeel van Monumentenverordening Renswoude 2010