Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 7A.

Artikel 2:28

Intrekkinggronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Breda 2014

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning, als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, door de burgemeester ingetrokken indien: de exploitant of leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:22 gestelde eisen; aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; de exploitant of leidinggevende van de inrichting toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd. zich in of vanuit zijn inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting. er is sprake van de omstandigheid en een geval, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel