**1..** Aan de exploitant van een op de datum van de aanwijzing van een gebied als bedoeld in artikel 2:19, eerste lid, in bedrijf zijnde inrichting wordt geacht een tijdelijke vergunning voor die inrichting te zijn afgegeven voor de duur van twee maanden.
**2..** Wordt door de exploitant van een inrichting, als bedoeld in het eerste lid, binnen de in het eerste lid genoemde termijn een ingevolge artikel 2:20, eerste lid, vereiste vergunning aangevraagd, dan wordt de tijdelijke vergunning als bedoeld in het eerste lid geacht te zijn verlengd tot het tijdstip waarop door de burgemeester op de aanvraag is beslist.
**3..** Een vergunningaanvraag van een exploitant van een op de datum van de aanwijzing van een gebied als bedoeld in artikel 2:19, eerste lid, in bedrijf zijnde inrichting wordt niet geweigerd indien de enige grond daarvoor het criterium is als genoemd in artikel 2:23, onder e.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 7A.
Artikel 2:30
Overgangsbepaling
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Breda 2014