Naar hoofdinhoud
1.. De burgemeester is bevoegd gebieden aan te wijzen waarbinnen, ter bevordering van het woon- en leefklimaat dan wel ter voorkoming van verdere aantasting van het woon - en leefklimaat, deze paragraaf van toepassing is. 2.. De burgemeester kan, ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 2.18, onder a, nadere regels stellen met betrekking tot het maximale aantal inrichtingen, al dan niet per door hem vast te stellen categorieën en al dan niet per aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel