**1..** Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
**2..** Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
**3..** Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder “degene die laat aanplakken of laat aanbrengen” verstaan, degene die anderen opdracht geeft zaken aan te plakken of aan te brengen die zijn of haar goederen, diensten of activiteiten aanprijzen dan wel degene wiens goederen, diensten of activiteiten op een reclamemiddel of een voorwerp worden aangeprezen.
**4..** Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
**5..** Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
**6..** Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
**7..** Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
**8..** De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8
Artikel 2:54