Naar hoofdinhoud
1.. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod uit artikel 4:9 door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden, als bedoeld in artikel 2.2, lid 1, sub g Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 2.. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden kan enkel worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom te beschikken. 3.. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden moet voorzien zijn van een Herplantplan. 4.. Indien de aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1, op het moment van aanvraag redelijkerwijs, bijvoorbeeld bij acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid, niet beschikt over een herplantplan en de wel verstrekte gegevens voldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag wordt, in afwijking van hetgeen bepaald in lid 3 van dit artikel, het herplantplan op een later tijdstip, doch niet later dan 6 weken na de beslissing op de aanvraag, overlegd. 5.. Voordat op een aanvraag om omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van houtopstanden wordt beslist kan het bevoegd gezag aanvrager verzoeken om, in geval van bouw of aanleg van werken in de buurt van te behouden bomen, een Bomen Effect Analyse te overleggen. 6.. Op het moment dat de omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden onherroepelijk is worden de Waardevolle houtopstanden verwijderd van de ‘Bomenkaart; vergunningplichtige houtopstanden’ (bijlage 1).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel