Naar hoofdinhoud
Met toepassing van de onder 2.2a.1.6 van de verordening genoemde weigeringgronden houdt de burgemeester rekening met: het karakter van de straat en de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; de aard van de inrichting; de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting; de concentratie van de inrichtingen in een bepaald gebied; de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant of beheerder van de inrichting in deze of andere inrichtingen; de wijze van exploitatie van de inrichting in het verleden, voor zover de exploitant en beheerder onveranderd is gebleven; het maximaal toegestane aantal inrichtingen als bedoeld in artikel 2.2a.1.2, lid 2 en 3 van de verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel