De activiteiten en geëxploiteerde voorzieningen waar subsidie voor kan worden verleend op grond van deze nadere regel:
moeten waar mogelijk een openbaar karakter hebben en voor zoveel mogelijk inwoners toegankelijk zijn;
worden voor zover dat binnen de (kwalitatieve) mogelijkheden ligt zoveel mogelijk uitgevoerd door vrijwilligers;
moeten door voldoende inspanning onder de aandacht gebracht worden van het publiek. Dit moet in het activiteitenplan aantoonbaar gemaakt worden;
mogen niet uitsluitend een partijpolitiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk karakter hebben.