Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Van plaatsing uitgesloten gebieden

Onderdeel van Beleidsregels zendmasten, GSM-masten, antennebeleid

Op basis van de huidige wetgeving zijn er locaties en gebieden voor plaatsing van een nieuwe antennemast uitgesloten: in of nabij natuurgebieden. Uit visueel oogpunt en de sfeer van de plek is het niet wenselijk een zendmast te plaatsen, met name vanwege de onnatuurlijke associatie die een mast in een natuurgebied oproept. Ook kunnen nadelige ecologische effecten optreden; in straalpaden waarbij de masten hoger zijn dan de maximaal toegestane hoogte. Hier mogen geen objecten gerealiseerd worden die de verzending en ontvangst binnen het straalpad belemmeren. Aangezien de straalverbindingen en de telefoonverbindingen op verschillende frequenties plaatsvinden, zal geen onderlinge beïnvloeding optreden bij plaatsing onder of nabij straalpaden in gebieden die zijn aangemerkt als laagvliegzone. De plaatsing van antenne-installaties mag de veiligheid van het vliegverkeer niet in gevaar mogen brengen. Het plaatsen van GSM-masten is hier in principe uitgesloten. Ook in de nabijheid van laagvliegroutes wordt plaatsing afgeraden; in woongebieden, wanneer niet de als veilig geldende afstand in acht genomen kan worden. Deze afstand bedraagt 3 meter horizontaal in de bundel en een halve meter in de overige richtingen (zie paragraaf 3.1).

Rechtspraak bij dit artikel