Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Plaatsingsmogelijkheden

Onderdeel van Beleidsregels zendmasten, GSM-masten, antennebeleid

Plaatsingsmogelijkheden zijn in volgorde van voorkeur: Plaatsing van een antenne op een bestaande toren of mast, waaronder hoogspanningsmasten; er hoeft daarmee geen nieuwe mast gebouwd te worden. Dit heeft een minimale invloed op het ruimtelijk beeld. Er kunnen overigens beperkingen zijn bij de plaatsing van antenne-installaties op hoogspanningsmasten vanuit de eerder gestelde bereikbaarheidseis ten behoeve van onderhoud. Plaatsing van een antenne op bestaande hoge gebouwen; ook hierdoor ontstaat een minimale visuele impact. Een voorwaarde is hierbij wel dat geen andere hoge gebouwen of beplanting in de omgeving staan, die het zendbereik negatief beïnvloeden. Plaatsing van een mast op markante infrastructurele (kruis)punten zoals bij snelwegen, op- en afritten van een snelweg, bij benzinestations, parkeerplaatsen of viaducten of langs een kanaal of spoorlijn. De masten passen qua vormgeving en maat bij deze grootschalige infrastructurele voorzieningen en hebben daardoor ter plaatse een relatief geringe storende werking op het ruimtelijke beeld. Overleg met de beheerder van de infrastructuur is noodzakelijk. Plaatsing van een mast op sport- en recreatieterreinen, kantoor- en industrieterreinen e.d. Op dergelijke grotere terreinen is het veelal mogelijk de mast op een goede manier in te passen tussen de andere elementen. Bij sportcomplexen kan in dat geval getracht worden om antennemasten en terreinverlichting te combineren.

Rechtspraak bij dit artikel