**1..** De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde maximum.
**2..** Het eerste lid heeft betrekking op de leden van de Commissie ongewenste omgangsvormen en de leden van de Monumentencommissie respectievelijk de Erfgoedadviesraad.
**3..** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid, van de Gemeentewet ontvangt.
**4..** Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie
als raadslid, Forumlid of wethouder;
uit hoofde dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke hoedanigheid, dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;
als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate een gemeentelijk belang dient.
**5..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ontvangen de leden van de Marktcommissie een vergoeding ten bedrage van 30% van het bedrag, vermeld in de bij de AmvB behorende tabel IV, zoals dat bedrag ieder jaar door de Minister van Binnenlandse Zaken is of wordt vastgesteld voor een gemeente in klasse 3.
**6..** De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 300% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van
een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebeid van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en
een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
Hoofdstuk 5
Artikel 23
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden, Forumleden en commissieleden 2014