In dit besluit wordt een aantal begrippen gehanteerd, waaronder het
volgende wordt verstaan:
Ten aanzien van mandaat:
Mandaat : de bevoegdheid om in naam van een
bestuursorgaan (de mandaatverlener) besluiten te
nemen;
Mandaatverlener : degene die het mandaat verleent;
Mandaatverkrijger : degene die het mandaat
ontvangt;
Ondermandaat : de bevoegdheid om in naam van een
mandaatverkrijger (die het mandaat gekregen heeft van
een bestuursorgaan) besluiten te nemen.
Ten aanzien van volmacht:
Volmacht : de bevoegdheid om in naam van een
bestuursorgaan (de volmachtverlener) te besluiten tot
privaatrechtelijke rechtshandelingen en deze te
verrichten;
Volmachtverlener : degene die de volmacht verleent;
Volmachtverkrijger : degene die de volmacht
ontvangt.
Ten aanzien van machtiging:
Machtiging : de bevoegdheid om in naam van een
bestuursorgaan (de machtigingverlener) te besluiten tot
feitelijke handelingen en deze te verrichten;
Machtigingverlener : degene die de machtiging
verleent;
Machtigingverkrijger : degene die de machtiging
ontvangt.
Hoofdstuk
Artikel 1:
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit 2014