Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

Kapverbod overig

Onderdeel van Bomenverordening gemeente Zutphen 2014

1.. Het is verboden, onverminderd het gestelde in artikel 3, eerste lid, zonder vergunning van het bevoegd gezag, bomen die staan op een privaat perceel groter dan 2500m2 te vellen, te doen vellen of te laten vellen. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: bomen die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan bomen met achterstallig onderhoud; dunning van de bomen. Bomen, opgenomen op de Bomenlijst. 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen behorend tot houtopstand als bedoeld in artikel 15, tweede en derde lid, van de Boswet zoals: wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen. 4.. Het bevoegd gezag kan, indien een boom direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel