Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Huisvestingsverordening 1996

In deze verordening wordt verstaan onder: burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle; wet: de Huisvestingswet; eigenaar: de eigenaar als bedoeld in artikel 1, lid 2 van de wet; huishouden: één persoon die alleen een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; huurprijs: de huurprijs als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub f van de wet; koopprijs: de koopprijs als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub g van de wet; woonruimte: de woonruimte als bedoeld in in artikel 1, lid 1, sub b van de wet; zelfstandige woonruimte: de woonruimte als bedoeld in artikel 30, lid 2 van de wet; onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft en/of welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; verblijfsruimte: een verblijfsruimte als bedoeld in artikel 100, lid 4 van het Bouwbesluit; onttrekking: het slopen van woonruimte of het gebruiken van woonruimte voor een ander doel dan permanente bewoning door een huishouden; omzetting: het veranderen van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimten; onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30 van de wet; toegelaten instelling: instelling, toegelaten krachtens artikel 70 van de Woningwet; kamerverhuurbedrijf: bedrijf als bedoeld in artikel 7a.1 van de Bouwverordening 1992.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel