**1..** Het bestuursorgaan kan, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregel daarover is bepaald, de wet toepassen met betrekking tot beschikkingen, zoals bedoeld in:
artikel 3 van de Drank- en Horecawet, met uitzondering van slijterijen
artikel 7 van de Wet Bibob j°
artikel 2:25 APV (evenementenvergunning in de categorie vechtsportevenementen en –gala’s of andersoortige evenementen waarbij risico bestaat op criminele facilitering);
artikel 2:28 APV (exploitatievergunning horeca, met uitzondering van ondersteunende horeca voor zover de hoofdactiviteit niet bestaat uit de verkoop van voor directe consumptie geschikte eetwaren);
artikel 3:4 APV (exploitatievergunning seksinrichting) ;
artikel 2.1, eerste lid, onder a, e en i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, indien het betreft vergunningaanvragen die worden gedaan voor:
de branches: afvalverwerkingsbedrijven, recyclingbedrijven, vuurwerkhandel en grondbedrijven(milieu)
bouwen, voor zover er sprake is van feiten en omstandigheden die aanleiding geven om te veronderstellen dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen.
**2..** Het bestuursorgaan past, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregel daarover is bepaald, eveneens de Wet Bibob toe met betrekking tot de intrekking van de in het eerste lid genoemde beschikkingen.
**3..** Het eerste lid is niet van toepassing indien betrokkene een orgaan is van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld.
**4..** Het bestuursorgaan kan bepalen de Wet Bibob niet toe te passen indien het bestuursorgaan in de periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aan dezelfde betrokkene eenzelfde vergunning heeft verleend in verband waarmee een vragenlijst als bedoeld in artikel 5 is ingevuld én indien sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard.