Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de melding of
aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze verordening.
Betreft het een melding of aanvraag waarbij meer
grondeigenaren/beheerders zijn betrokken of andere vergunningen vereist
zijn, dan wordt de beslissing pas genomen als deze andere toestemmingen
verkregen en overgelegd zijn.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, houdt
het college de beslissing aan, indien er een eventuele andere
toestemming en/of vergunning is vereist.
Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven,
deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een
redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden
gezien.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de
van rechtswege verleende beschikking is niet van toepassing op het
bepaalde in deze verordening.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Beslistermijnen
Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur