Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Geheimhouding

Onderdeel van De Verordening op de vertrouwenscommissie

1. De vergaderingen van de commissie zijn besloten. Alle stukken van de commissie zijn geheim. Dit wordt op de stukken vermeld. 2. De (fungerend) voorzitter van de commissie wijst bij de benoemingsprocedure in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht, die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 61c van de Gemeentewet. 3. De geheimhoudingsplicht brengt onder meer mee dat aan raadsleden die geen zitting (meer) hebben in de commissie en aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 9 van deze verordening, geen inzage in of informatie over de inhoud van de stukken of het behandelde in vergaderingen of in gesprekken wordt verstrekt. 4. De commissie treft, met inachtneming van de artikelen 7, 8, tweede lid, en 12 van deze verordening, een voorziening met betrekking tot de wijze waarop de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer van bescheiden, het voeren van correspondentie en bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken. 5. De commissie en de gemeenteraad kunnen de geheimhouding waartoe de Gemeentewet, respectievelijk zullen de geheimhouding waartoe het derde lid van deze verordening verplicht, niet opheffen. 6. De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht. 7. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de (plaatsvervangend) secretaris en de adviseur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel