Enkel het langer verblijf in het buitenland dan gebruikelijk in het kader van de WWB is toegestaan tijdens de referteperiode en is geen reden tot afwijzing van de aanvraag langdurigheidstoeslag. Dat de hoogte van de inkomsten tijdens het verblijf in het buitenland niet hoger dan 110% van de bijstandsnorm lag dient aannemelijk te worden gemaakt
Toelichting:
Indien een klant langer dan de wettelijk toegestane periode vakantie (artikel 13, lid1,sub e WWB) houdt in het buitenland, kan dit consequenties hebben op het recht op de WWB-uitkering. De vraag doet zich voor in hoeverre dit ook gevolgen heeft op het recht op een LDT. Op 19-02-2008 heeft de Centrale Raad van Beroep hierover een uitspraak gedaan.
Door een gemeente werd de aanvraag langdurigheidstoeslag afgewezen omdat de belanghebbende in de voorafgaande periode zonder toestemming van de gemeente langer dan gebruikelijk in het buitenland had verbleven. Volgens de Centrale Raad kan niet gesteld worden dat niet aan de voorwaarden van artikel 36 WWB is voldaan indien een belanghebbende gedurende de referteperiode langer dan op grond van artikel 13 lid 1 onderdeel e WWB is toegestaan in het buitenland heeft verbleven. Enkel het feit dat betrokkene langer dan gebruikelijk in het buitenland verbleef tijdens de referteperiode is dus onvoldoende om de langdurigheidstoeslag af te wijzen. Om te kunnen beoordelen of er recht op langdurigheidstoeslag bestaat dient er te worden gekeken naar het inkomen tijdens het verblijf in het buitenland.