Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Hoogte en duur uitkering

Onderdeel van Overgangsregeling secundaire voorzieningen voor raadsleden

De duur van de uitkering bedraagt 2 maanden per vol jaar als raadslid tot de datum 11 maart 2010 met een maximum-uitkeringsduur van twee jaar. De periode van het raadslidmaatschap wordt afgerond naar hele jaren waarbij een periode van 26 weken of meer wordt afgerond naar boven en een periode van minder dan 26 weken naar beneden wordt afgerond. Indien de totale periode minder dan 26 weken bedraagt, wordt de periode naar boven afgerond. De uitkering vangt aan op de dag, volgend op die waarop het raadslidmaatschap is beëindigd. De uitkering bedraagt gedurende de eerste twaalf maanden 80 %, gedurende de volgende twaalf maanden 70 % van de laatstelijk genoten tegemoetkoming voor werkzaamheden van raadsleden. Deze tegemoetkoming wordt aangepast overeenkomstig de voor raadsleden geldende indexering.

Rechtspraak bij dit artikel