Deze verordening verstaat onder:
**a.** vakantie-onderkomens:
1. woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele
kampeeronderkomens, stacaravans of chalets, in hoofdzaak bestemd voor en
gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
doeleinden;
2. hotels, motels, herbergen, pensions en overige logies
verstrekkende bedrijven niet behorende tot lid 1.
**b..** mobiele kampeeronderkomens:
1. tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en
soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd
zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere
recreatieve doeleinden;
2. stacaravans en chalets, in hoofdzaak bestemd voor en
gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
doeleinden.
**c..** niet-beroepsmatig verhuurde ruimten:
woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele
kampeeronderkomens, stacaravans of chalets, welke niet in hoofdzaak
bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die
doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;
**d..** toeristische plaats:
plaats die beschikbaar is voor een mobiel kampeeronderkomen voor een
periode van ten hoogste drie maanden;
**e..** seizoenplaats:
plaats die beschikbaar is voor een mobiel kampeeronderkomen voor een
periode van ten minste drie maanden en ten hoogste acht maanden;
**f..** vaste plaats:
een plaats die is ingericht om gedurende het gehele jaar een mobiel
kampeeronderkomen te plaatsen.
**g..** seizoen:
Het tijdvak van 1 april tot 1 oktober.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Landtoeristenbelasting 2014