Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Afdeling 3.

Artikel 5:10

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009

Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben en te koopaanbieden, verkopen, verstrekken en demonstreren van zelfgemaakte voorwerpen, zoals schilderijtjes, sieraden en kleding, dit voor zover door het college bij openbare kennisgeving daartoe één of meer gedeelten of straten van de gemeente zijn aangewezen en onder de bij bedoelde openbare kennisgeving bepaalde voorschriften. Het college kan nadere regels vaststellen met het oog op de in het derde lid en in artikel 1:8 genoemde belangen, met inbegrip van het stellen van maxima aan het aantal uit te geven standplaatsvergunningen voor de gemeente in haar geheel, voor delen van de gemeente of per branche. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. De weigeringsgrond in het derde lid onder a geldt niet voor bouwwerken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel