Het is verboden zonder vergunning van het college een
standplaats in te nemen of te hebben.
Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
geldend bestemmingsplan.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
worden geweigerd:
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
welstand;
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor
een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
komt.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien
van het uitgestald hebben en te koopaanbieden, verkopen,
verstrekken en demonstreren van zelfgemaakte voorwerpen,
zoals schilderijtjes, sieraden en kleding, dit voor zover
door het college bij openbare kennisgeving daartoe één of
meer gedeelten of straten van de gemeente zijn aangewezen en
onder de bij bedoelde openbare kennisgeving bepaalde
voorschriften.
Het college kan nadere regels vaststellen met het oog op de
in het derde lid en in artikel 1:8 genoemde belangen, met
inbegrip van het stellen van maxima aan het aantal uit te
geven standplaatsvergunningen voor de gemeente in haar
geheel, voor delen van de gemeente of per branche.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
wegenreglement.
De weigeringsgrond in het derde lid onder a geldt niet voor
bouwwerken.
Hoofdstuk 5. › Afdeling 3.
Artikel 5:10
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009