**1..** De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de
tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak
of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.2 van de
tarieventabel is verschuldigd na afloop van het
belastingtijdvak.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van een belastingtijdvak
aanvangt, is de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1
van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel zesentwintigste
gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in
het tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog zesentwintigste
gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting
overblijven.
**4..** Indien de belastingplicht in de loop van een belastingtijdvak
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel zesentwintigste
gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting van de
voor een volledig belastingtijdvak verschuldigde belasting als
bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel, als er
in dat belastingtijdvak, na beëindiging van de belastingplicht, nog
zesentwintigste gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
belasting overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder
bedraagt dan € 5,--.
**5..** Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
perceel in feitelijk gebruik neemt.
**6..** Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.
Hoofdstuk II
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Reinigingsrechten 2014