De persoon met beperkingen kan aanspraak maken op een sporthulpmiddel indien, zonder het op de beperking gerichte hulpmiddel, sportdeelname niet mogelijk is.
Een sporthulpmiddel wordt maximaal eens per drie jaar verstrekt en bedraagt maximaal het vaste bedrag van € 4.000.00.
Het bedrag, genoemd in lid 2, is bedoeld voor de aanschaf, onderhoud, reparatie en verzekering.
Prothesen worden niet gezien als een sporthulpmiddel.
De persoon met beperkingen die een sporthulpmiddel aanvraagt, moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening.
Zolang er nog geen sprake is van een actieve sportbeoefening kan het college een financiële tegemoetkoming geven voor de huur van sporthulpmiddelen gedurende een proefperiode van maximaal zes maanden om de persoon met beperkingen de gelegenheid te geven om uit te proberen welke sport hij bij hem past en of hij die sport met zijn beperking kan uitoefenen.
De persoon met beperkingen die gebruik wil maken van de voorziening genoemd onder lid 5 kan een sportadvies vragen aan een revalidatiecentrum of gecertificeerde sportschool waaraan een sportarts is verbonden.
Artikel 11
Hulpmiddelen voor deelname aan een sportactiviteit
Onderdeel van Nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2014