Verstrekking van een pgb vindt niet plaats voor:
voorzieningen waarvan, op grond van redelijkerwijs te verwachten wijzigingen in de omstandigheden van de persoon die de voorziening gaat gebruiken, de verwachte gebruiksduur korter is dan de afschrijftermijn van de te verstrekken individuele voorziening.
hulp bij het huishouden waarvan de te verwachte noodzaak minder dan 6 maanden is.
hulp bij het huishouden in categorie 2, met uitzondering van de situatie genoemd in artikel 16 lid 1 sub c.
Indien een eerder verstrekt pgb onjuist dan wel voor andere doeleinden is gebruikt, waarbij het geen voorwaarde is dat het betreffend pgb teruggevorderd dan wel is terugbetaald.
De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en het eigen vermogen en wordt door het CAK vastgesteld.
Voor zover deze regels of de verordening per voorziening niet anders bepaalt, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
bij woon- en vervoersvoorzieningen wordt het pgb alleen gegeven indien het aangeschafte hulpmiddel voldoet aan het bij de indicatie opgestelde programma van eisen;
voor de voorzieningen genoemd in lid 1 geldt dat zij een minimale levensduur hebben van minimaal 7 jaar.
het pgb wordt uitsluitend besteed aan een vooraf bepaald doel of activiteit ter compensatie van de beperkingen van de persoon met beperkingen;
in geval van een rolstoel- of een vervoersvoorziening dient de voorziening te worden ingekocht bij een leverancier die erkend is volgens de Erkenningsregeling Revalidatietechnisch Bedrijf (ERB), en voldoet aan de eisen van het zogenaamde Revakeur.