De volgende voorzieningen kunnen worden verstrekt:
woonvoorzieningen die gericht zijn op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen bij het normale gebruik van een woning;
in het geval de woonvoorzieningen van sub a bedoeld zijn voor een woonwagen of een woonschip, gelden de volgende voorwaarden:
de hoofdbewoner van de woonwagen is in het bezit van een bewoningsvergunning;
de standplaats/ligplaats komt binnen vijf jaar niet voor opheffing in aanmerking;
de woonwagen/woonschip heeft een technische levensduur van minimaal vijf jaar.
een uitraasruimte, bedoeld voor wie door een gebrek of probleem ernstig ongeremd gedrag vertoont.
Een individuele woonvoorziening, zoals bedoeld in lid 1 wordt slechts verleend ten behoeve van de woning die als hoofdverblijf dient.
In afwijking van lid 2 kan een individuele woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één woonruimte binnen de gemeente met een gemaximeerde vergoeding van € 5.000,00, indien de persoon met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling binnen de gemeente en de woonruimte in de gemeente tenminste één maal per week bezoekt.
Indien de persoon met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling buiten de gemeente is het aan die gemeente om te besluiten om de woonruimte bezoekbaar te maken. Indien die gemeente geen voorziening verstrekt, kan het college besluiten om een voorziening te verstrekken om de woning toegankelijk te maken.
Artikel 3
Woonvoorzieningen die voor verstrekking in aanmerking komen
Onderdeel van Nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2014