Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Anti-speculatiebeding

Onderdeel van Nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2014

De eigenaar-bewoner, die krachtens de Wmo een woonvoorziening heeft ontvangen die door de bijzondere omstandigheden hoger is dan het in artikel De eigenaar-bewoner, die krachtens de Wmo een woonvoorziening heeft ontvangen die door de bijzondere omstandigheden hoger is dan het in artikel 9 genoemde grensbedrag én leidt tot waarde stijging van de woning dient, bij verkoop van deze woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, de voorgenomen verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde, maar maximaal de kosten van de getroffen voorziening(en), die door het treffen van die voorziening(en) is ontstaan dient aan de gemeente te worden terugbetaald. De terugbetaling als bedoeld in het eerste lid bedraagt in het eerste jaar na de definitieve toekenning 100% van de meerwaarde van de woonvoorziening en wordt vervolgens jaarlijks verminderd met een afschrijvingspercentage van 10% van de vastgestelde meerwaarde. Lid 1 is niet van toepassing indien de woning wordt verkocht aan de persoon met beperkingen ten behoeve van wie de voorziening is verleend of een andere persoon met beperkingen aan wie op grond van de Verordening een vergelijkbare voorziening zou zijn toegekend. De woningeigenaar als bedoeld in lid 1. Is verplicht om het college vooraf van de voorgenomen verkoop op de hoogte te stellen en na het passeren van de voorlopige verkoopakte binnen twee weken hiervan schriftelijk mededeling te doen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel